Wat is VO2max precies?
VO2max staat voor de maximale zuurstofopname: het plafond van hoeveel zuurstof je lichaam per minuut kan transporteren en verbruiken, meestal uitgedrukt in milliliters per kilogram lichaamsgewicht per minuut. Die waarde is geen eigenschap van één orgaan, maar het eindresultaat van een hele keten: longen die zuurstof opnemen, een hart dat bloed rondpompt, bloed dat zuurstof vervoert en spieren die het gebruiken. Juist omdat er zoveel systemen aan bijdragen, wordt VO2max gezien als een brede, geïntegreerde maat voor hoe goed het lichaam functioneert [1].
De American Heart Association publiceerde in 2016 een wetenschappelijk standpunt waarin ze pleit om cardiorespiratoire fitheid routinematig te beoordelen in de kliniek, naast klassieke risicofactoren als bloeddruk en cholesterol. Het argument: fitheid voegt voorspellende informatie toe die die klassieke factoren niet vangen [1].
Wat grote cohortstudies laten zien
De bekendste dataset komt van de Cleveland Clinic. Mandsager en collega's analyseerden ruim 122.000 volwassenen die tussen 1991 en 2014 een inspanningstest op de loopband ondergingen, met een mediane follow-up van 8,4 jaar. Het patroon was opvallend consistent: hoe hoger de fitheid, hoe lager de sterfte tijdens de follow-up — zonder aanwijsbaar plafond. Ook de allerfitste groep deed het nog beter dan de groep daaronder. Een lage fitheid ging in deze data gepaard met een risico dat vergelijkbaar was met, of groter dan, dat van klassieke risicofactoren zoals roken, diabetes of coronairlijden [2].
Dat beeld staat niet op zichzelf. Een meta-analyse van Kodama en collega's in JAMA, met 33 cohortstudies en ruim 100.000 gezonde deelnemers, vond dat elke MET extra inspanningscapaciteit (een maat voor fitheid) samenhing met ongeveer 13 procent lagere totale sterfte en 15 procent minder hart- en vaatziekten [3]. De richting en de dosis-responsrelatie zijn dus in uiteenlopende populaties teruggevonden.
Associatie is geen causaliteit
Hoe indrukwekkend deze cijfers ook zijn: het blijft observationeel onderzoek. Cohortstudies kunnen niet uitsluiten dat de relatie deels omgekeerd loopt — wie al (subklinisch) ziek is, is vaak minder fit én overlijdt eerder. Ook spelen verstorende factoren mee: mensen met een hoge VO2max roken minder vaak, eten anders en verschillen genetisch van mensen met een lage fitheid. Een gerandomiseerde studie die bewijst dat het verhogen van VO2max op zichzelf de sterfte verlaagt, bestaat niet en is praktisch nauwelijks uitvoerbaar.
Tegelijk is het verband biologisch plausibel, dosisafhankelijk en in tientallen cohorten gerepliceerd, en verdwijnt het niet na correctie voor bekende risicofactoren [1][3]. De eerlijke samenvatting is daarom: VO2max is een van de sterkste voorspellers van gezondheid op lange termijn die we kennen, maar het bewijs dat méér fitheid rechtstreeks tot langer leven leidt, is indirect.
Meten in het lab versus schatten op je pols
De referentiemethode is een maximale inspanningstest met ademgasanalyse: fietsen of lopen tot uitputting met een masker dat zuurstofopname en CO2-afgifte meet. Dat gebeurt in een inspanningslab of kliniek en geeft de meest betrouwbare waarde. Omdat zo'n test belastend en niet overal beschikbaar is, worden in de praktijk ook submaximale tests en rekenformules gebruikt die VO2max schatten uit hartslag, tempo en persoonskenmerken [1].
Sporthorloges gebruiken vergelijkbare schattingen. Een systematische review uit 2025 vond dat schattingen op basis van een inspanning (zoals een hardlooptraining met hartslagmeting) accurater zijn dan schattingen in rust; in ruwweg de helft van de geanalyseerde validatiestudies bleef de gemiddelde afwijking onder de tien procent, in de overige was ze groter. Op individueel niveau kan de afwijking bovendien groter zijn dan het groepsgemiddelde, en aan de uiteinden vertekent de schatting: bij een lage fitheid neigen horloges naar overschatting, bij zeer fitte sporters juist naar onderschatting [4]. Een horloge is daarmee vooral bruikbaar om je eigen trend over maanden te volgen, niet om je absolute waarde precies te kennen — dezelfde nuance die geldt voor slaapscores, zoals we beschrijven in ons artikel over slaaptrackers en wearables.
Hoe trainbaar is VO2max?
Anders dan leeftijd of genen is VO2max deels beïnvloedbaar. In een meta-analyse van gecontroleerde studies verbeterden zowel rustige duurtraining als intervaltraining op hogere intensiteit de VO2max van niet-getrainde volwassenen binnen enkele maanden aanzienlijk, met gemiddeld een bescheiden extra voordeel voor intervaltraining [5]. Welke vorm past, hangt af van gezondheid, voorkeur en blessuregevoeligheid; wie hartklachten of andere aandoeningen heeft, bespreekt intensieve training eerst met een arts.
De spreiding tussen personen is wel groot. In de HERITAGE Family Study trainden 481 niet-getrainde volwassenen twintig weken volgens hetzelfde programma: de gemiddelde vooruitgang was ongeveer 400 milliliter zuurstof per minuut, maar sommige deelnemers gingen er nauwelijks op vooruit terwijl anderen meer dan een liter wonnen. De respons clusterde binnen families, met een geschatte erfelijkheid van zo'n 47 procent [6]. Je startpunt en je maximale plafond zijn dus deels genetisch bepaald — wat trainbaar is, verschilt per persoon.
Kort samengevat
VO2max is een brede maat voor hoe goed hart, longen, bloed en spieren samenwerken, en in grote cohortstudies een van de sterkste bekende voorspellers van sterfte — zonder duidelijk plafond aan de bovenkant [1][2][3]. Dat bewijs is associatief: het toont samenhang, geen sluitend oorzakelijk verband. Horloges kunnen VO2max redelijk schatten op trendniveau, maar wijken individueel flink af van een labmeting [4]. Training verbetert VO2max bij de meeste mensen meetbaar, al verschilt de respons sterk per persoon [5][6]. Dit artikel is informatief bedoeld en geen trainings- of behandeladvies; overleg bij gezondheidsklachten of twijfel over intensieve inspanning met een arts.
