BIOHACKINGGIDS
Recovery & Performance

BPC-157 vs TB-500: wat is het verschil?

5 min leestijdGepubliceerd: Laatst bijgewerkt: Door Redactie BiohackingGids

BPC-157 en TB-500 worden online vaak in één zin genoemd, meestal als duo dat samen zou worden gebruikt voor herstel van pezen en spieren. Beide zijn synthetische peptiden, beide zijn vrijwel uitsluitend in dierstudies onderzocht, en beide staan op de dopinglijst. Maar het zijn twee verschillende moleculen met een ander vermeend aangrijpingspunt en een andere regulatoire categorie. We zetten mechanisme, evidence en status naast elkaar.

Wat is BPC-157?

BPC-157 is een synthetisch pentadecapeptide (vijftien aminozuren) waarvan de sequentie is afgeleid van een fragment dat in menselijk maagsap is beschreven. Het grootste deel van de literatuur erover komt van één onderzoeksgroep in Zagreb en betreft celkweken en proefdieren. Er bestaat geen goedkeuring als geneesmiddel, nergens ter wereld.

Wat is TB-500?

TB-500 is een synthetisch fragment van zeven aminozuren (Ac-LKKTETQ), afgeleid van het lichaamseigen eiwit thymosine bèta-4. Dat eiwit zelf is uitgebreider onderzocht dan het fragment, en online wordt dat onderscheid vaak niet gemaakt: onderzoek naar het volledige eiwit wordt dan gepresenteerd als bewijs voor TB-500, terwijl het om een ander molecuul gaat. Ook TB-500 is nergens goedgekeurd als geneesmiddel.

Het mechanisme: verschillend aangrijpingspunt

De voorgestelde werking van BPC-157 draait grotendeels om angiogenese — de vorming van nieuwe bloedvaten — via veranderde expressie van groeifactoren zoals VEGF, en om effecten op het stikstofmonoxide-systeem. Het onderzoek daarnaar spreidt zich breed uit over pees- en spierweefsel, het maag-darmstelsel en wondgenezing.

TB-500 wordt verondersteld te werken via de actine-bindende eigenschap van het moedereiwit thymosine bèta-4, dat een rol speelt bij de dynamiek van het celskelet. Daarvan afgeleide hypothesen zijn celmigratie, angiogenese, celoverleving en modulatie van ontstekingsstoffen. Beide mechanismen zijn dus hypothesen uit celexperimenten en diermodellen, geen bij mensen aangetoonde werking — en beide vertrekken vanuit een ander biologisch aangrijpingspunt, ook al komen ze allebei uit bij meer bloedvatvorming als vermeend effect.

Wat laat het onderzoek zien?

Voor BPC-157 bracht een systematische review uit 2025 het beeld scherp in kaart: van 544 gescreende publicaties (1993–2024) voldeden er 36 aan de inclusiecriteria, waarvan 35 preklinisch en precies één bij mensen[1]. Voor TB-500 deed een scoping review uit 2026 hetzelfde: van 1.772 gescreende records bleven er 80 over, en de conclusie luidt dat het bewijs unevenly distributed and largely preclinical is — juist pees, spier en gewricht, de weefsels waarvoor TB-500 online wordt aangeprezen, zijn daarin vergelijkenderwijs dun vertegenwoordigd[2].

Er bestaat één studie die beide peptiden rechtstreeks naast elkaar zet: een rattenmodel met doorgesneden en herstelde achillespezen, waarin BPC-157, TB-500 en de combinatie werden vergeleken met een controlegroep. De maximale belasting tot falen lag bij de TB-500-groep statistisch significant hoger dan bij de controlegroep; voor BPC-157 alleen haalde die verbetering het significantieniveau niet, ook al zag het weefsel er bij histopathologisch onderzoek beter uit dan bij de controlegroep. De combinatie van beide peptiden leverde geen aanvullend voordeel op boven TB-500 alleen. De auteurs noemen hun bevindingen expliciet exploratief[3]. Voor geen van beide peptiden bestaat een gepubliceerde, placebogecontroleerde studie bij mensen die werkzaamheid aantoont.

Regelgeving: allebei verboden, andere categorie

Geen van beide peptiden heeft een handelsvergunning bij de EMA, het CBG-MEB of het FAGG, en de Amerikaanse discussie over beide gaat over apotheekbereiding, niet over goedkeuring als geneesmiddel: BPC-157 (vrije base) en TB-500 (vrije base en acetaat) stonden allebei op de agenda van hetzelfde FDA-adviescomité voor apotheekbereidingen in juli 2026[4]. Verkoop of levering voor menselijk gebruik is in Nederland en België niet toegestaan voor beide stoffen.

Op de dopinglijst staan ze in een verschillende categorie. BPC-157 valt onder WADA-categorie S0, niet-goedgekeurde stoffen[5]. TB-500 en het moedereiwit thymosine-β4 staan met naam vermeld onder categorie S2, peptidehormonen en groeifactoren[6]. Het praktische gevolg is voor sporters hetzelfde: beide zijn te allen tijde verboden, binnen én buiten wedstrijdverband.

Wat betekent dit?

Wie hoopt dat het ene peptide beter onderbouwd is dan het andere, komt bedrogen uit: voor geen van beide bestaat gepubliceerd humaan werkzaamheidsbewijs, en de literatuur is bij allebei overwegend preklinisch. Het verschil zit vooral in het onderzoekszwaartepunt — BPC-157 leunt zwaarder op maag-darmmodellen, TB-500 op vaat- en oogweefsel via het moedereiwit — en in de dopingcategorie, niet in de mate van bewijs. Dit artikel is informatief en geen aanmoediging tot gebruik; hoe je een studie zelf beoordeelt helpt om marketingclaims rond dit soort peptiden op waarde te schatten.

Dit artikel is informatief en geen medisch advies; raadpleeg bij gezondheidsvragen een arts.

Verder lezen