Wat is GHRP-6?
GHRP-6 is een synthetisch hexapeptide: een korte keten van zes aminozuren (His-D-Trp-Ala-Trp-D-Phe-Lys-NH2). Het werd in 1984 beschreven door de Amerikaanse endocrinoloog Cyril Bowers en collega's, die op zoek waren naar stoffen die de afgifte van groeihormoon konden stimuleren zonder GHRH zelf te zijn. GHRP-6 was daarmee het eerste synthetische peptide in zijn klasse — de latere generatie groeihormoon-secretagogen, waaronder ipamorelin en hexarelin, is er direct uit voortgekomen[1].
Het peptide grijpt aan op de ghrelinereceptor (GHS-R1a), dezelfde receptor die het lichaamseigen hormoon ghreline gebruikt. Opmerkelijk genoeg werd GHRP-6 farmacologisch gekarakteriseerd nog vóórdat ghreline zelf in 1999 werd ontdekt: onderzoekers wisten dus eerst hoe het peptide werkte, en pas jaren later welke natuurlijke receptor het precies benutte[1].
GHRP-6 is nooit als geneesmiddel op de markt gekomen. Wat online circuleert, wordt verkocht onder het etiket “research chemical” of “uitsluitend voor onderzoeksdoeleinden” — een juridische formulering die de verkoper afdekt, geen keurmerk voor kwaliteit of veiligheid. Tegelijk is GHRP-6 geen middel waarover simpelweg niets bekend is: er bestaat een lange reeks fysiologische studies bij mensen uit de jaren tachtig en negentig, plus een recentere, kleinschalige Cubaanse onderzoekslijn die het peptide combineert met een groeifactor voor een heel andere toepassing dan waarvoor het oorspronkelijk werd onderzocht. Dit dossier legt uit wat die twee onderzoekslijnen wel en niet aantonen.
Hoe zou het werken?
Als agonist van de ghrelinereceptor bootst GHRP-6 het signaal na waarmee ghreline de hypofysevoorkwab aanzet tot het afgeven van groeihormoon. Onderzoek naar de rol van endogeen GHRH liet zien dat de groeihormoonrespons op GHRP-6 grotendeels via de hypothalamus verloopt: zonder dat lichaamseigen signaal blijft de respons grotendeels uit[2].
Belangrijk verschil met nieuwere secretagogen: GHRP-6 is niet selectief. Waar ipamorelin juist werd ontwikkeld om groeihormoon vrij te maken zonder noemenswaardige bijstijging van cortisol of prolactine, doet GHRP-6 dat wél — naast de sterke stimulering van eetlust die het als ghrelinereceptor-agonist ook geeft[1]. Beide peptiden delen dezelfde receptor, maar met een heel ander effectprofiel.
Naast de route via groeihormoon beschrijft een deel van de preklinische literatuur een tweede, onafhankelijk mechanisme: binding aan de scavengerreceptor CD36 op andere weefsels dan de hypofyse, met celbeschermende ("cytoprotectieve") effecten die worden toegeschreven aan het afremmen van ontstekingsreacties en celdood. Dat tweede mechanisme, losstaand van groeihormoon, is het uitgangspunt van het latere onderzoek naar wondgenezing, hartweefsel en hersenweefsel dat verderop wordt besproken — en is vrijwel volledig preklinisch onderbouwd[1][7].
Wat zegt het onderzoek?
De fysiologische humane literatuur over GHRP-6 is voor een groeihormoon-secretagoog ongewoon omvangrijk, maar dateert grotendeels uit de jaren tachtig en negentig en gebruikte het peptide als onderzoeksinstrument, niet als kandidaat-geneesmiddel. Zo werd GHRP-6 bij kinderen met groeiachterstand getest als mogelijke diagnostische test voor de groeihormoonreserve: bij 18 kinderen bleek de respons weliswaar gemiddeld lager bij kinderen met een vastgestelde groeihormoondeficiëntie, maar de overlap tussen de groepen was zo groot dat de onderzoekers concludeerden dat de test geen diagnostische waarde had[3]. Bij gezonde kinderen met een normale, kortere lengte gaf ook orale toediening een meetbare groeihormoonrespons, vergelijkbaar met die van GHRH[4].
Bij volwassenen is GHRP-6 vooral gebruikt om de secretiecapaciteit van de hypofyse in kaart te brengen. Bij mensen met obesitas riep de combinatie van GHRH en GHRP-6 een veel sterkere groeihormoonpiek op dan verwacht op basis van de — bij obesitas doorgaans lage — spontane groeihormoonafgifte, wat onderzoekers gebruikten als argument dat de somatotrope cellen bij obesitas nog goed functioneren maar onvoldoende worden aangestuurd[5]. Dat is een fysiologische waarneming over hoe het lichaam reageert op een testprikkel, geen aanwijzing dat GHRP-6 zelf een behandeling voor obesitas is. Een gepubliceerde farmacokinetische studie bij negen gezonde mannelijke vrijwilligers beschreef vervolgens hoe snel GHRP-6 na toediening weer uit het bloed verdwijnt, met een tweefasig verloop dat kenmerkend is voor korte peptiden[6]. Een echte werkzaamheidsstudie — GHRP-6 vergeleken met placebo op een klinische uitkomst als lichaamssamenstelling of spierkracht — is nooit gepubliceerd, en verder klinisch-farmaceutisch ontwikkelingswerk richting een geneesmiddel voor obesitas of ondervoeding is na de jaren negentig niet voortgezet[1].
Los van die groeihormoon-lijn loopt sinds de jaren 2010 een tweede onderzoekstraject vanuit het Cubaanse Centro de Ingeniería Genética y Biotecnología (CIGB), gericht op het celbeschermende mechanisme. Preklinisch werk bij ratten en konijnen beschrijft dat lokaal toegediend GHRP-6 de wondgenezing versnelt en overmatige littekenvorming afremt, via een vermindering van ontstekingsmediatoren[7]. Diermodellen van hartinfarct en van hartschade door het chemotherapeuticum doxorubicine beschrijven vergelijkbare beschermende effecten op hartweefsel[1]. Deze onderzoekslijn bereikte mensen via een combinatiemiddel — GHRP-6 samen met epidermale groeifactor (EGF), intern aangeduid als CIGB-845 — dat werd getest bij patiënten met een acuut herseninfarct. In een gerandomiseerde, niet-geblindeerde fase I/II-studie, uitgevoerd in Cubaanse ziekenhuizen, werd de combinatietherapie veilig bevonden en zagen de onderzoekers een gunstiger neurologisch en functioneel beloop na 90 en 180 dagen dan met de standaardbehandeling alleen[8]. Dat resultaat rechtvaardigt volgens de auteurs een fase III-studie — maar zegt niets over GHRP-6 als op zichzelf staand middel: het is nooit los van EGF getest bij mensen, de studie was niet geblindeerd, en de resultaten zijn niet onafhankelijk buiten Cuba gerepliceerd of door FDA of EMA beoordeeld[8].
Waarvoor wordt het onderzocht? Onderstaande lijst geeft de daadwerkelijke onderzoekslijnen weer — niet de claims uit webshops, die vrijwel uitsluitend over spieropbouw en vetverlies gaan zonder dat daar een gepubliceerde humane studie tegenover staat.
- Groeihormoonafgifte en hypofysefunctie — als onderzoeksinstrument om de secretiecapaciteit van de hypofyse te testen, bij kinderen met groeiachterstand en bij volwassenen met obesitas; niet gevalideerd als diagnostische test en niet onderzocht als behandeling[3][5].
- Wondgenezing en littekenvorming — lokale toediening bij huidwonden en hypertrofische littekens in rat- en konijnmodellen, met een ontstekingsremmend mechanisme als verklaring[7].
- Neuroprotectie bij beroerte — in combinatie met epidermale groeifactor (EGF), getest in een kleine, niet-geblindeerde fase I/II-studie bij mensen met een acuut herseninfarct in Cuba[8].
- Hart- en weefselbescherming — diermodellen van hartinfarct en van hartschade door chemotherapie, met celbeschermende effecten die worden toegeschreven aan hetzelfde ontstekingsremmende mechanisme[1].
Regelgeving in Nederland en België
GHRP-6 zelf is nergens ter wereld goedgekeurd als geneesmiddel voor mensen, en er loopt ook geen klinisch ontwikkelingstraject dat GHRP-6 als zelfstandige stof richting registratie brengt. Het enige traject waarin het peptide bij mensen wordt onderzocht — het Cubaanse combinatiemiddel met EGF voor beroerte — bevindt zich na de fase I/II-studie nog altijd in klinische ontwikkeling en is ook in Cuba zelf niet als geneesmiddel geregistreerd; van beoordeling door de Amerikaanse FDA of de Europese EMA is geen sprake[8].
In Nederland komt GHRP-6 niet voor in de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG: er bestaat geen handelsvergunning en het middel mag hier niet als geneesmiddel worden verhandeld of afgeleverd[9]. Voor België geldt hetzelfde: geen vergunning van het FAGG. De juridische status van dit soort peptiden in Nederland en België is daarmee vergelijkbaar met die van ipamorelin en CJC-1295 — allebei eveneens groeihormoon-secretagogen zonder registratie.
Voor sporters is de situatie eenduidig. GHRP-6 valt onder categorie S2 van de WADA-dopinglijst (peptidehormonen, groeifactoren en verwante stoffen en mimetica) en wordt daar expliciet genoemd als voorbeeld van een groeihormoon-vrijzettend peptide. S2-stoffen zijn te allen tijde verboden, zowel binnen als buiten wedstrijdverband[10].
Veiligheid en onbekenden
Er bestaat geen studie die de veiligheid van GHRP-6 bij langdurig gebruik bij mensen heeft onderzocht. Wat er is, zijn kortdurende fysiologische studies — een eenmalige test, een reeks oplopende toedieningen over een paar dagen — bij kleine groepen gezonde vrijwilligers of kinderen, opgezet om hormoonspiegels te meten, niet om zeldzame of langetermijnbijwerkingen op te sporen[3][4][6]. De enige studie waarin GHRP-6 bij een patiëntengroep werd gegeven, deed dat in combinatie met EGF, waardoor bijwerkingen van GHRP-6 alleen niet te onderscheiden zijn van het combinatie-effect[8].
Uit de oudere fysiologische literatuur is wel bekend dat GHRP-6, in tegenstelling tot de latere, selectievere secretagogen, gepaard gaat met bijkomende stijgingen van cortisol en prolactine en met een sterke, kortdurende toename van eetlust — een direct gevolg van de werking op de ghrelinereceptor[1]. Wat dat op lange termijn betekent bij herhaald gebruik, is niet onderzocht.
Daarbovenop komt het risico van het product zelf. GHRP-6 wordt via de ongereguleerde markt verkocht, zonder toezicht op identiteit, zuiverheid, steriliteit of etikettering. Bij dit soort peptiden worden geregeld verschillen gevonden tussen wat op het etiket staat en wat er daadwerkelijk in het flesje zit. Wie het via dat circuit betrekt, weet dus niet alleen niet zeker wat de stof bij het lichaam doet, maar ook niet zeker welke stof het precies is.